Sam Mendes schreef en regisseerde deze ode aan de cinema, een film die zich afspeelt begin jaren 80, toen hij zelf de magie van de film ontdekte. Elk shot ademt film, letterlijk en figuurlijk. Het staat bol van prachtige beelden en acteurs om van te smullen.
Het is statisch gefilmd en is traag opgebouwd met oog voor details: slow cinema zoals het voor mij hoort te zijn, met de nodige dosis nostalgie. Roger Deakins’ cinematografie is hier opnieuw verbluffend mooi, als een groot fotoboek waar je voorzichtig door bladert.
Hilary Small, gespeeld door steractrice Olivia Colman, is een zich verdoofd voelende assistent–manager van de bioscoop. Ze doet haar werk, houdt van poëzie en is erg op zichzelf. Michael Ward speelt Stephen, een nieuwe collega en zwarte jongeman, die als een soort engel in haar leven verschijnt en haar ingeslapen geest wakker maakt. Intens en subtiel vertolkt door beiden. Badend in een mooie sfeer en begeleid door een stijlvolle score en een heerlijke soundtrack uit de jaren 80. Retro en tegelijk tijdloos.
Ook leuk om te zien hoe Colin Firth, als de hoofdmanager Mr. Donald Ellis, is omgetoverd tot de typische jaren 80-eikel. Hij die zogezegd goeddoet, maar enkel misbruik maakt van zijn positie. Tussen dat alles is het Colman die de film draagt. Wanneer ze op de dag van een belangrijke première beslist de waarheid te zeggen om daarna te crashen, blijf je even ademloos achter als zij. Ze speelt de sterren van de hemel en brengt licht en duisternis in één personage.
Zo wisselt de film stille momenten, shots die net wat langer duren, af met enkele harde momenten. Want het is de periode van Thatcher, skinheads, armoede en racisme, waar vooral Stephen mee geconfronteerd wordt. Tot hij de projectieruimte binnen mag. Verwonderd over de cabine, de reuzenprojectoren en de magie van de lichtbundel, vergeet hij alles om zich heen.
“Nothing happens without light”, zegt de oude projectionist Norman.*
En ja, dat is gelukkig weer helemaal in: die oude bioscoopmachine die op volle toeren draait.

Het is een filmles, waarin op drie cruciale momenten ook nog eens drie prachtige gedichten voorkomen. Traag, dat wel, een beetje dun van verhaal ook, niets te complex, maar meer is hier niet nodig: de essentie is genoeg en die zit in elk detail.
Trailer:
* De oude projectionist Norman, gespeeld door Toby Jones, doet me ook wat denken aan de recent overleden Ton, voormalig projectionist van Plaza Futura Eindhoven. Hij was een filmvriend en all-time kenner van film en alle hardware daarrond. Ton was even filmgek, bulkend van droge humor en even menselijk als het personage in deze film. Het ga je goed in de filmhemel, Ton!
Nota: Empire of Light werd voor een groot deel gefilmd in en rond de voormalige Dreamland Cinema, een iconisch art-decogebouw in de Engelse kustplaats Margate. Voor de film transformeerde men de buitenkant van dit historische complex tot de fictieve Empire Cinema. Het productieteam creëerde het tot een authentieke bioscoop uit de jaren 80.
De grote zaal, die nu dienstdoet als bingohal, werd zo omgebouwd tot de bioscoop zelf;de balzaal en de damestoiletten werden gerestaureerd en het neonbord op de gevel werd aangepast zodat er “Empire” op stond.
Bron: https://www.cntraveller.com/article/where-was-empire-of-light-filmed